Opdat wij niet vergeten

Hoogeveen - Bijna waren ze vergeten. De 3 jongemannen die 2 dagen voor de bevrijding van Hoogeveen op 9 april gefusilleerd werden op de grote open vlakte in het Spaarbankbos. Op dat moment waren de geallieerden al in de buurt van Dedemsvaart.

Normaal bij mooi weer is het hier altijd druk met gezinnen met kinderen. Vandaag was het druk omdat Albert Eggen, Johan Dhont en Sybrand Jan van der Linde hier herdacht werden. De Historische Kring heeft zich hiervoor hard gemaakt en dankzij diverse instanties is een herinneringsmaquette geplaatst. Dankzij deze 3 jongemannen die zich ingezet hebben voor hun Vaderland kunnen kinderen hier nu in vrijheid spelen.

Bij deze plechtigheid waren nazaten en familie van de 3 gefusillieerden aanwezig. Leerlingen van de Obs de Posthoorn legden een witte roos neer en 3 kinderen vertelden een gedicht, het Wilhelmus werd gezongen en de muziekvereniging speelde de Taptoe. Burgemeester Loohuis legde uit dat vrijheid niet zo maar een gegeven is. Indrukwekkend. De maquette werd onthuld door Burgemeester Loohuis en Ria Kuik van de Historische Kring Hoogeveen.

De drie slachtoffers in het Spaarbankbos (verteld Joop Moes):

Het was wel een heel lugubere ontdekking die onze vader, Berend Moes, deed op de morgen van de 11e april 1945, een dag na de bevrijding van dit gebied. Door het Spaarbankbos gaande, op weg naar zijn land aan de Wijsterseweg, trof hij hier, ongeveer op de plaats waar wij nu staan, in een greppel de ontzielde lichamen aan van drie jonge mannen. Dat ze waren doodgeschoten was duidelijk. Wat te doen? Hij ging de weg terug en klopte aan bij buurman Strijker. Samen overlegden ze en besloten om de lichamen over te brengen naar het ziekenhuis Bethesda in Hoogeveen. Goede wagens waren door de Duitsers gevorderd. Alleen een wipkar was nog beschikbaar en gelukkig had onze vader de paarden uit handen van de bezetters weten te houden. Zo werden de lichamen van de jonge mannen op de wipkar gelegd en bedekt met een deken naar het baarhuisje bij het ziekenhuis gereden. Al snel waren de namen van twee van hen bekend. Het waren de 22-jarige Albert Eggen en de 26-jarige Johan Dhont. Van het derde slachtoffer was vooreerst geen naam bekend.

Johan Dhont woonde in het begin van de oorlog in Dordrecht. Vandaaruit werd hij opgeroepen voor de Nederlandsche Arbeidsdienst en toen deze dienst daar was vertrokken en de Duitse Luftwaffe er haar intrek had genomen bleef Johan daar als kampmonteur werken. Eind maart werd hij echter ontslagen en vanaf die dag verbleef hij in een schuur in de omgeving van Ten Arlo. Op 7 april, men kon bij wijze van spreken het ratelen van de Canadese tanks, die reeds tot Dedemsvaart waren genaderd, al horen, stonden op de straat dicht bij de ingang van het kamp Ten Arlo enige mannen te praten. Onder hen was ook Johan Dhont. Toen er een motor met zijspan met Duitse soldaten daarop stopte, werd Johan herkend en omdat hij misschien kennis had van zaken waarmee de geallieerden hun winst konden doen, werd hij gearresteerd en opgesloten in een barak van het kamp. Toen de daar nog aanwezige Duitse soldaten beseften dat de Canadezen dichtbij waren, sloegen ze op de vlucht in Noordelijke richting. Johan werd meegenomen en op 9 april in het Noorderhuis in het Spaarbankbos, waar ook Duitse militairen waren gelegerd, achtergelaten.

Albert Eggen, de tweede zoon van de familie Eggen was, omdat hij zich niet wilde melden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland, ondergedoken bij zijn ouders in Zuidwolde. Om de oprukkende Canadese troepen een vrije doorgang te belemmeren, hadden de Duitsers een wegversperring opgeworpen. Deze werd door enkele leden van een verzetsgroep weer verwijderd. Daarbij was de oudste zoon Eggen, die ook Albert heette, door de vijand herkend. Daarom kwamen op de 9e april twee gefrustreerde Duitse soldaten bij de familie Eggen omdat ze dachten dat de oudste Albert zich daar schuil hield. Toen de militairen vroegen naar een zoon van ongeveer 28 of 29 jaar, zei vader Eggen dat die getrouwd was en ergens anders woonde. Vader die aan de weg stond toen de vijand kwam, had geen gelegenheid gehad om de jonge Albert, die in de woonkamer aan tafel zat, te waarschuwen. Toen de inmiddels in de kamer gekomen soldaten de jonge Albert zagen, vroegen ze: “En die dan?”, zei vader Eggen: “Hij is 22”. Daarop moest de jonge Albert met zijn handen in de lucht met zijn gezicht naar de muur gaan staan. Even later werd hij meegenomen en in het kamp Ten Arlo opgesloten. Samen met Johan Dhont is hij door de vluchtende Duitsers meegenomen en in het Noorderhuis overgedragen aan de daar nog aanwezige Duitse soldaten.

De derde jonge man, die niet meteen konden geïdentificeerd, bleek Sybrand Jan van der Linde uit Dedemsvaart te zijn. Hij was, na eerst in Duitse dienst in het Oosten van Duitsland te hebben gediend, tot het inzicht gekomen dat het Nationaal Socialisme een verderfelijk systeem bleek te zijn, waar hij zo snel mogelijk uit wilde komen. De enige manier om verlof te krijgen was een verzoek in te dienen om te mogen trouwen. Hij was verloofd met een meisje uit Dedemsvaart en het aangevraagde verlof werd verleend. Na te zijn getrouwd is hij niet teruggegaan naar Duisland. Hij dook hij onder bij zijn schoonouders. Tijdens een razzia werd hij gearresteerd en geïnterneerd in het kamp Erika in de omgeving van Ommen. Toen de kampbewakers het Canadese leger naderbij hoorden komen, werden de gevangenen bijeen gedreven en lopend in noordelijke richting lopend afgevoerd. Ze zouden overgebracht worden naar het kamp Westerbork. Zo ver is Sybrand Jan niet gekomen. Onderweg zag hij kans om aan de bewaking te ontsnappen. Hij wilde achterlangs, dwars door de landerijen, ver van de begaande wegen, Dedemsvaart proberen te bereiken. Daarvoor moest hij echter wel de Hoogeveensche Vaart oversteken en dat werd hem noodlottig. Bij de sluis in De Weide werd hij door landwachters in de kraag gevat en ook hij werd overgebracht naar het Noorderhuis. Toen de daar gelegerde militairen ook het hazenpad wilden kiezen, zat men met de drie gevangenen in de maag. Wat met hen te doen? Een in een jeep voorbijkomende officier, die hoger in rang was dan de commandant van het Noorderhuis, werd om raad gevraagd. Zijn oordeel was even kort als gruwelijk: “Erschieβen”. En zo werden in de namiddag van die 9e april 1945, de drie jonge mannen, begeleid door enkele soldaten, over de straatweg richting Hoogeveen, afgevoerd. Tegenover de laan waar nu de weg naar de Spaarbankhoeve gaat, werd linksafgeslagen en ongeveer op de plaats waar we nu staan werd hun afschuwelijk lot voltrokken.

Buurvrouw Strijker die schuin tegenover het bospad woonde, had het groepje mannen het bos in zien gaan. Toen de Duitse soldaten zonder de drie jonge mannen terugkwamen, vroeg ze waar de drie waren gebleven. Het antwoord was even ontstellend als duidelijk: “Sie sind schon im Himmel”. Aan wellicht veel belovende levens was, een dag voor de bevrijding, abrupt en op een gruwelijk wijze een einde gekomen.

Twee van de drie, Albert Eggen en Johan Dhont konden vrij snel worden geïdentificeerd, wie het derde slachtoffer was kon niet meteen worden vastgesteld. Na een kerkdienst in de Grote Kerk te Hoogeveen, werd Albert Eggen in een graf gelegd op de begraafplaats in Zuidwolde, Johan Dhont werd begraven op de begraafplaats in Hoogeveen, evenals de onbekende, waarvan enkele bezittingen en diens lichaam in de kist waren gefotografeerd om identificatie later te vergemakkelijken. Enkele dagen na de oorlog werd de vondst van de drie lichamen landelijk nieuws. Toen een weduwe in Dedemsvaart en haar ouders dit lazen zijn ze op onderzoek uitgegaan. Daarbij kwamen ze ook op de boerderij van de familie Moes. Onze vader had op de plaats waar de ontzielde lichamen werden gevonden een bril aangetroffen en meegenomen. Toen die bril werd getoond was de jonge weduwe, Catharina Maria van de Merwe, ervan overtuigd dat het de bril was van haar man, Sybrand Jan van der Linde. Toen ook de foto’s werden getoond, was men zeker. Het graf werd geopend en Sybrand Jan werd herbegraven op de begraafplaats in Dedemsvaart. Later zijn de lichamen van Sybrand Jan van der Linde en van Johan Dhont herbegraven op het ereveld van de Oorlogsgravenstichting te Loenen.

Om de reacties op dit artikel te lezen, dien je ingelogd te zijn.