Hoogeveen had niet meer branden dan vergelijkbare gemeentes

Hoogeveen - Cijfers tonen niet aan dat het aantal brandstichtingen in de jaren 2014 en 2015 in Hoogeveen hoger heeft gelegen dan in andere vergelijkbare gemeenten. Er zijn geen feiten gevonden die aantonen dat er in die jaren in Hoogeveen ‘iets bijzonders’ aan de hand was. Tot die conclusie komt Crisislab, een onderzoeksgroep op het gebied van veiligheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Het onderzoek laat niet alleen zien dat de registratie door zowel politie als brandweer geen betrouwbaar beeld van de werkelijkheid geven. Dat geldt mogelijk ook voor de registratie van andere vormen van criminaliteit. Daarnaast laat de informatievoorziening door de politie aan de burgemeester te wensen over, waardoor deze zijn verantwoordelijkheden als het gaat om het voorkomen van maatschappelijke onrust onvoldoende kan waarmaken. 

Context 

Verschillende verdachte branden in Hoogeveen in 2015 en de media-aandacht die dat tot gevolg had, hebben geleid tot dit onderzoek naar de brandstichtingen in Hoogeveen. Er was een beeld ontstaan dat er in Hoogeveen vaker brand werd gesticht dan in omliggende gemeenten. De onderzoekers hebben zich afgevraagd of dat beeld feitelijk gezien wel klopt. En hebben het onderzoek langs de volgende lijnen uitgevoerd: 
  1. Wat laten de beschikbare kwantitatieve data wel/niet zien over het aantal brandstichtingen; 
  2. Wat zijn de motieven van de brandstichters in Hoogeveen; 
  3. Is er ‘onrust en angst’ bij de inwoners: wat vinden bewoners van brandstichtingen; 
  4. Op welke wijze deed de media verslag van de brandstichtingen in Hoogeveen. 
De onderzoekers komen tot een aantal conclusies: 
  1. Cijfers bewijzen niet dat het aantal brandstichtingen in Hoogeveen hoger is dan in andere vergelijkbare gemeenten. 
  2. De registratie door politie en brandweer geven geen 100% betrouwbaar beeld 
  3. Dat er verschillende motieven zijn om brand te stichten: vandalisme, relationeel, crimineel en pyromanie. Waarbij vandalisme het meeste voorkomende motief bleek; 
  4. Dat de meerderheid van de ondervraagden de kans op brandstichting klein of zeer klein acht. Dat de media-aandacht een rol speelt bij hun beleving van brandstichtingen; 
  5. Dat de media veel aandacht hebben besteed aan de branden in Hoogeveen. En dat dit waarschijnlijk heeft bijgedragen aan de beeldvorming over het aantal brandstichtingen. 

De onderzoekers komen tot een aantal aanbevelingen. Het gaat daarbij om het verbeteren van de registratie door politie en brandweer maar ook in informatievoorziening richting burgemeester c.q. gemeente. Dit vraagt ook in het communiceren kritisch te kijken naar de “snelle” politiedata. Maar ook preventieve maatregelen als een persoonsgerichte aanpak van “bekende” overlastgevers en criminelen en het bestrijden van vandalisme door een meer gericht jongerenbeleid zouden kunnen bijdragen aan het terugdringen van brandstichtingen. 

Aanpak 

Het onderzoeksrapport is voorgelegd aan brandweer en politie. Deze hebben geen aanvullende reactie gegeven. In overleg met politie en brandweer komen tot een, naast een pro- actieve informatieverstrekking, eenduidige registratie om zo als burgemeester beter sturing te kunnen geven. Op dit moment treft B&W de eerste voorbereidingen om op korte termijn in Hoogeveen te kunnen starten met een persoonsgerichte aanpak (PGA). Daarnaast zullen ze met betrokken partners nagaan op welke wijze ze de preventiemaatregelen jeugd verder kunnen intensiveren.

Om de reacties op dit artikel te lezen, dien je ingelogd te zijn.